The resolutions approach



Begeleiders in de jeugdzorg botsen vaak op situaties waarin er een vermoeden is van misbruik maar waarin ouders niet erkennen dat er een probleem is. Deze situaties worden vaak als niet-werkbaar ervaren en er wordt dan ook veel energie gestopt in het achterhalen van de waarheid en in het bekomen van een ‘bekentenis’ van de ouders.
Immers, is een bekentenis niet de enige weg naar verandering?
Men kan toch pas tot inkeer komen en zijn gedrag aanpassen indien men verantwoordelijkheid opneemt voor zijn daden?

De inspanningen van de begeleider leveren vaak niet de gewenste resultaten op. Dikwijls ontstaat er een ontkenningsdiscussie. Beide partijen voelen zich gefrustreerd en machteloos. Als ouders blijven ‘ontkennen’, weet de begeleider niet meer wat hij moet doen en raakt de hulpverlening in een impasse.


                       


Het opnemen van verantwoordelijkheid voor gebeurtenissen uit het verleden kan zeker een stap zijn in de richting van toekomstige veiligheid. Toch heeft het geen zin om ons hierop vast te pinnen. De waarheid is vaak erg complex en er is voor de veronderstelde dader maar weinig voordeel te halen uit het toegeven van het misbruik. Bovendien, ook als de volledige schuld wordt erkend, kan er opnieuw misbruikt worden.

De begeleider laat dus beter het idee los dat hij de enige echte waarheid kan kennen. Het is zijn taak om verschillende scenario’s in overweging te nemen. Omdat hij kan omgaan met de standpunten van de verschillende betrokkenen kan hij als neutrale figuur de brug maken tussen de familie en de gemandateerde voorziening. Hij biedt hen een uitweg uit de discussie over de veronderstelde ontkenning.


                                                       

De begeleider doet dit door het gezin te helpen om een veiligheidsplan te maken en zo te focussen op toekomstige veiligheid. Via het plan tonen de ouders aan jeugdzorg en justitie dat ze de bestaande ongerustheid serieus nemen, ook al delen ze de bezorgdheden niet.
Ze laten zien dat de kinderen in de toekomst veilig zullen zijn en dat er nooit zoiets kan gebeuren als wat volgens de beschuldigingen of veroordeling aan de orde is.
Daarnaast beschermt het plan de beschuldigde ook van toekomstige aantijgingen en misverstanden.


                            

Het plan zal strak moeten zijn, aangezien het dient aan te sluiten bij de ernst van de beschuldigingen. De vermoedelijk veilige ouder zal een grote rol spelen en zoveel mogelijk mensen in en rond de familie moeten op de hoogte zijn van de problemen en de beschuldigingen. Het maken en delen van een Woord en Beeld kan hierin erg helpend zijn.

Om te maken dat de ouders voor de kinderen mogen (blijven) zorgen, zal het netwerk van veilige volwassenen het veiligheidsplan mee dienen uit te werken, uit te voeren, evalueren en bijsturen. 
Daarom moet het voor iedereen die betrokken is heel duidelijk zijn welke gevaren van mishandeling er moeten worden aangepakt en welke gedragingen volgens iedereen aantonen dat de kinderen veilig zijn en dat de vermeende dader niet opnieuw beschuldigd wordt.
Voorbeelden van afspraken uit een veiligheidsplan zijn dat de vermeende dader nooit alleen mag zijn met de kinderen of dat of dat deze geen persoonlijke verzorging van de kinderen op zich mag nemen.

Het plan wordt in de loop van de tijd verder uitgewerkt o.b.v. ervaringen met de gemaakte afspraken en onderhandelingen tussen familie en begeleider. Ook de feedback van de wettelijke autoriteiten is  belangrijk, aangezien zij het plan moeten goedkeuren. Naarmate de veiligheidsafspraken sterker worden, komt het gezin dichter bij hereniging. De begeleider blijft gedurende de hele tijd in contact met de betrokkenen en houdt toezicht op de uitvoering van het plan tot het netwerk deze taak volledig zelf op zich neemt.

 

Uit: Andrew Turnell & Susie Essex - Als 'er niets aan de hand' is. Een oplossingsgerichte methode bij ontkenning van kindermishandeling - 2010

 



 



VZW Sporen
Partner 2
Partner 3

© Opgroeien in Veiligheid - vzw Sporen - CMS: NetTools - Design: Just Catch Up