Tekst waakzame zorg


Deze tekst is geschreven door Hendrik Van Moorter, Philippe Collart en Lief Caluwaerts en vormt de compilatie van de uitzetting en bijdragen tijdens de studienamiddag ‘waakzame zorg’ [i]
Hij biedt een kennismaking met het gedachtegoed van Haim Omer, dat gekend is onder de naam ‘geweldloos verzet’ of ‘nieuwe autoriteit’[ii]

In de inleiding wordt kort geschetst van waaruit dit gedachtegoed is gegroeid.
Vervolgens wordt dieper ingegaan op het concept van ‘waakzame zorg’. Aan de hand van demonstraties en filmfragmenten worden de verschillende niveaus van waakzame zorg en begrippen en methoden zoals ouderlijke aanwezigheid en de uitgestelde reactie aanschouwelijk voorgesteld. Fragmenten worden in dialoogvorm uitgeschreven. Daarbij worden enkele typische principes en methoden vanuit nieuwe autoriteit geduid. 
Vervolgens worden elementen meegegeven die helpen om de rust te bewaren en escalatie te vermijden. 
Tot slot worden nog enkele andere methoden uit geweldloos verzet kort overlopen.

1. Inleiding

2. Waakzame zorg

3. Escalatie vermijden

4. Wat helpt om rustig en geweldloos te blijven

5. Herstel

6. Hoe zou het nog verder kunnen gaan als het probleem zich niet oplost?
7. Besluit

 


 

1. Inleiding

Haim Omer is een professor psychologie in Tel Aviv (Israël) die in zijn werk geconfronteerd werd met de machteloosheid van vele ouders tegenover het probleemgedrag van hun kinderen. Hij stelde vast dat er in onze moderne maatschappij een probleem is ontstaan met het gezag van ouders en andere gezagdragers. De traditionele autoriteit waarbij de natuurlijke gezagsdragers door iedereen werden erkend en gerespecteerd, heeft zijn legitimiteit verloren. Als men vroeger gewoon luisterde naar hetgeen de dokter, de onderwijzer, de politieman, de pastoor, de vader als gezagsdrager besliste, is dit nu niet langer zo.


Traditionele autoriteit
Enkele typische kenmerken van die traditionele autoriteit waren dat men directe gehoorzaamheid eiste, dat kinderen moesten luisteren en zwijgen als volwassenen spraken, dat de volwassenen altijd gelijk hadden, dat enkel de volwassenen geweld mochten gebruiken om zo gehoorzaamheid af te dwingen, dat het steeds de schuld van het kind was als zaken uit de hand liepen, dat men niet te dicht bij het kind mocht staan en dat het kind bang moest zijn van zijn ouders. 

Het filmfragment uit de Nederlandse TV-reeks Spangas “Charley loopt weg” illustreert dit [iii].

Men zag hoofdzakelijk kinderen die volgende kenmerken of gedragingen vertoonden: ofwel hadden ze vaak een laag zelfbeeld, waren onzeker en angstig om voor zichzelf op te komen; ofwel waren het jongeren bij wie gebruik van geweld aanleiding gaf tot tegengeweld van de jongere en tot verdere escalaties.
Toen deze manier van gezag uitoefenen niet langer werd aanvaard omwille van de veranderende tijdsgeest en omdat de nadelige gevolgen van deze opvoedingsstijl in de hulpverlening duidelijk waren geworden, werd korte tijd geëxperimenteerd met de anti-autoritaire opvoedingsstijl.

Anti-autoritaire opvoedingsstijl
In de anti-autoritaire opvoeding ging men ervan uit dat als kinderen helemaal zichzelf mochten zijn,dat ze dan hun talenten zouden ontwikkelen en opgroeien tot gelukkige en zelfzekere volwassenen. Men zou zich als opvoeders volledig instellen op wat het kind graag zelf wilde zonder het grenzen op te leggen of in een bepaalde richting te sturen. Het resultaat was echter vreselijk. Deze kinderen waren nog ongelukkiger, kwamen meer tot delinquent gedrag en middelenmisbruik, en ontwikkelden helemaal geen gevoel van eigenwaarde. Vanuit deze ervaringen leerde men dat om bij kinderen een positief zelfbeeld te ontwikkelen, men hen moet leren zelf hun problemen op te lossen, zelf hun moeilijkheden te overwinnen in plaats van hen ervoor te behoeden.

Nieuwe Autoriteit
Omer spreekt daarom over de nood aan een nieuwe vorm van gezag, die niet langer de kinderen zomaar vrij laat, zonder grenzen, maar die ook niet terugkeert naar de oude autoritaire vorm van gezag. In de nieuwe autoriteit is het niet langer een kwestie van het kind dat zich bang onderwerpt uit schrik of gaat rebelleren uit opstandigheid.Er wordt een derde weg aangeboden waarbij het kind kiest om samen te werken met de ouders en andere volwassenen. (In een bijlage infra wordt de traditionele versus de nieuwe autoriteit gedetailleerd beschreven.)

Omer inspireerde zich hierbij op het gedachtegoed van M. Gandhi, die geweldloosheid gebruikte om machteloze bevolkingsgroepen die onderdrukt werden weerbaar te maken. In zijn visie en vanuit zijn ervaring wist hij dat gebruik van geweld alleen maar meer tegengeweld oproept vanwege de verdrukkers, die zich dan gerechtvaardigd weten om geweld te gebruiken als reactie op het geweld van actievoerders. 
Het geweldloos verzet van Omer richt zich naar de ouders om hen te helpen hun gezag te herstellen. Het is dus niet op de eerste plaats gericht op  gedragsverandering bij het kind, maar op een andere houding van de volwassenen.Die gedragsverandering wordt voor een deel verduidelijkt in het begrip geweldloos verzet.

 

Geweldloos verzet
In dit begrip duidt geweldloos op de formele keuze om als ouder of volwassene zelf geen geweld te gebruiken. Dat betekent uiteraard geen fysiek geweld, maar ook geen verbaal geweld, zoals dreigen en schelden, en het zich onthouden van elke vorm van vernedering of onrespectvol handelen naar het kind. Daarnaast probeert men om het kind niet te provoceren en gaat men niet in op de provocaties die van het kind uitgaan. Men beseft als ouder dat men het kind niet kan dwingen, dat men geen controle heeft op het gedrag van het kind, en spreekt in dat verband van de illusie van controle. Men heeft enkel het eigen gedrag in handen. De ontwikkeling van de zelfcontrole door de ouders en volwassenen zal model zijn voor de zelfcontrole die we verwachten van het kind. 

Het aspect van verzet krijgt vorm in duidelijke verwachtingen en grenzen die de volwassenen naar het kind verwoorden. Daarnaast richten de volwassenen zich op het geven van de nodige steun zodat het kind aan die verwachtingen kan voldoen.Er wordt veel inspanning geleverd om een goede relatie met het kind te onderhouden[iv] en medestander te zijn die het kind steunt om zijn problemen zelf op te lossen. Als er iets misloopt zal men eerder denken hoe het kind kan herstellen wat het stuk maakte en het daarbij helpen, dan het te straffen. Men zal ook de nodige steun zoeken bij vrienden en familie en de cirkel van schaamte en geheimhouding doorbreken.Deze steunfiguren kunnen een rol spelen zowel in het bevestigen van de verwachtingen en grenzen, als in het steun geven om iets te herstellen en oplossingen te vinden voor een bepaald probleem.

 

 

De metafoor die Omer gebruikt voor waakzame zorg is dat van een anker[v]. Ouders zijn als een anker voor hun kind. Bij veilige zee wordt er meer touw meegegeven en krijgt het kind meer vrijheid om te experimenteren. Elk kind heeft nood aan vrije experimenteerruimte, waarin het zijn mogelijkheden en beperkingen kan leren kennen. Hoeveel vrijheid kan gegeven worden, hangt af van de leeftijd, het verstandelijk niveau en het temperament van het kind. Als het nodig is, wordt het touw korter gemaakt zodat de speelruimte kleiner wordt.

Men onderscheidt drie niveaus van waakzame zorg en stemt daarbij zijn gedrag af op wat er nodig is. Men zal naargelang het gedrag van het kind geregeld van niveau wisselen.

Warme relatie en open dialoog
Een eerste niveau is dat van de ouderlijke aanwezigheid en benadrukt het belang van een goede relatie tussen ouders en kind. Het is belangrijk dat ouders positieve interesse tonen in hun kind, in waar het mee bezig is, de vrienden, de school en wat het denkt en voelt. In de vele gesprekjes die de ouder met zijn kind heeft, is hij steeds alert voor signalen van mogelijk risicogedrag. Bij dergelijk signaal komt men op niveau twee van waakzame zorg.

Gericht vragen
Een tweede niveau wijst op een zekere bezorgdheid bi jde ouder. Hij zal hier met het kind dieper op ingaan. Als het kind meewerkt en antwoordt op de gerichte vragen (waar? bij wie? met wie? wanneer?) en bereid is om afspraken te maken die tegemoet komen aan de bezorgdheid van de ouder, dan blijft de waakzame zorg op niveau twee, die van dialoog en afspraken maken. Zo niet gaat men over naar niveau drie.

Eenzijdig ingrijpen
Niveau drie is het niveau van het eigenlijke geweldloos verzet, waar men tot handelen komt zonder dat men de medewerking van het kind echt nodig heeft.

Deze niveaus van waakzame zorg worden hierna verder geïllustreerd.

 

 

2.1.      Ouderlijke aanwezigheid

Veel probleemgedrag van kinderen doet zich voor daar waar volwassenen afwezig zijn, bijvoorbeeld als kinderen alleen zijn thuis, buiten in de tuin, op straat met vrienden, en op school buiten de schoolpoort, in de toiletten of in de gangen.Via gesprek en vragen stelt men zich meer aanwezig.

In de volgende dialoog wordt eerst de traditionele autoriteit geïllustreerd, om nadien in een tweede dialoog te tonen hoe het bij een nieuwe autoriteit kan gaan.

DEMO: Zoon van 14 jaar komt thuis van de school en vertelt hoe hij tegen de lerares van biologie brutaal is geweest.

Opvoeden met grote O 

 

Situatie: de zoon komt gespannen en ietwat geagiteerd thuis en de vader vraagt dadelijk hoe het op school is geweest.
Vader: “En hoe is het vandaag op school geweest?”
Zoon begint met grove taal over de juf te spreken: “Die stomme trut…”
Vader reageert hier dadelijk op dat hij het niet neemt dat zoon zo over volwassenen spreekt; dat hij respect moet blijven hebben: “Zo praat je niet over leerkrachten!”
Zoon verdedigt zich dat ‘die trut’ uit zijn boekentas moet blijven: “Zeg, wat denkt die wel, die moet van mijn gerief blijven!
Vader komt dichterbij en staat recht met vermanende vinger, met strenge blik: “Ik wil niet dat je zo spreekt, zo heb ik je niet opgevoed. Er zullen wel redenen geweest zijn waarom ze dat deed. Wat had jij gedaan?
Zoon herhaalt nog sterker wat hij zei: “Die hoeft niet aan mijn spullen te komen!”
Vader: “Ik wil dat je daar mee stop. Jij bent het kind en hebt te gehoorzamen. De juf zal vast en zeker redenen hebben gehad om in je boekentas te kijken.”
Zoon: “Nu begin jij ook al te zagen!”,en verzet zich, wat verder weg van vader, die zelf weer dichter komt.
Vader: “Zagen, zagen, als we de waarheid zeggen, zijn we aan het zagen. Ik wil dat niet. Wij zijn voor u verantwoordelijk en daarom moeten we je goed opvoeden.”
Zoon windt zich op: “Och, het is altijd hetzelfde! Moeit u niet!” en loopt weg.
Vader roept hem achterna: “Zo kom je er niet van af, kerel!

 

2.2.      Dialoog en maken van afspraken

DEMO: hoe het vanuit de nieuwe autoriteit zou kunnen verlopen.

Eerste en tweede niveau van waakzame zorg

 

Vader  onthaalt zoon na de school, bevestigt dat zoon er gespannen uitziet en biedt hem iets te drinken aan en gaat vervolgens naast zijn zoon zitten.
Nadien nodigt hij zijn zoon uit om iets te vertellen over wat er is gebeurd. Kijkt hem daarbij rustig en geïnteresseerd aan. Hij parafraseert wat de zoon inbrengt, die daardoor telkens iets meer vertelt:
- de juf had hem aangeraakt en moet van zijn lijf afblijven,
- ze kwam onverwachts van achter hem,
- ze heeft in zijn boekentas gezeten, en moet daar uitblijven,
- hij had zijn gsm (mobiele telefoon) bekeken omdat die een bericht had ontvangen.

 

Vader vraagt of daar een regel rond bestaat.
Zoon: “Ja, we moeten de gsm afzetten in de klas, maar niemand doet dat.
Vader: “Niemand? Helemaal niemand?”
Zoon: “Enfin, de meesten toch.”
Vader: “Ja, ik begrijp dat het voor jou moeilijk is om je gsm af te zetten zoals het reglement vraagt omdat er nog klasgenoten zijn die dat niet doen en ik begrijp dat de juf een probleem heeft met lesgeven als vele jongeren intussen met hun gsm bezig zijn
Ik begrijp dat de juf daar iets wil aandoen en ik begrijp dat jij het vervelend vond dat ze zo plots achter je rug aankwam en je aanraakte.
Ik zou graag hebben dat je hier een oplossing voor vindt, zoon. Hoe ga je dat doen?” en hij legt zijn arm op de schouder van zijn zoon.
Zoon: “Ik zal er niet meer naar kijken als zij het kan zien.”
Vader lacht en legt zijn hand opnieuw als steun op de schouder van de zoon: “Ik vertrouw erop dat je dit goed opgelost krijgt , Philippe. Ik hoor het morgen wel hoe het is gegaan.
Wil je nog iets drinken of een koekje misschien?

 

Duiding
We wijzen de verschillen van de traditionele en de nieuwe autoriteit zoals ze hier in deze dialogen naar voor zijn gekomen, even aan.

Traditionele autoriteit: 
- de vader is niet geïnteresseerd in het verhaal van de zoon,
- hij besteedt geen zorg aan hun relatie,
- de ouder is dadelijk gericht op het corrigeren van het gedrag van het kind,
- de ouder eist onmiddellijke gehoorzaamheid,
- de ouder gaat ervan uit dat de volwassene altijd gelijk heeft en het kind ongelijk,
- er ontstaat een machtsstrijd en het conflict tussen juf en leerling verplaatst zich naar een conflict tussen zoon en vader.

Nieuwe autoriteit:
- vader is geïnteresseerd in de beleving en het verhaal van de zoon,
- hij besteedt veel aandacht aan relatiegebaren om hun relatie zo goed mogelijk te houden: biedt iets aan om te drinken, gaat naast hem zitten, benoemt op een rustige manier dat hij de spanning merkt en biedt veel steun om erover te praten,
- er ontspint zich een dialoog,
- vader steunt wel de schoolregels en toont naast begrip voor de zoon ook begrip voor de leerkracht,
- hij steunt de zoon om een oplossing te vinden.

 

 

2.3.      Geweldloos verzet

We hernemen bovenstaand voorbeeld om de principes van geweldloos verzet concreet te illustreren. We demonstreren eerst hoe het vanuit een autoritaire aanpak kan escaleren en nadien hoe het op een geweldloze manier kan.

Situatie: De problemen op school zijn verergerd. De vader kreeg een telefoontje van de school dat zijn zoon, nadat hij met zijn gsm was betrapt in de klas, is beginnen schelden en uiteindelijk met slaande deuren de klas is uitgelopen. De juf riep hem nog achterna dat hij moest terugkomen, maar dat negeerde hij.

(a) DEMO: Escalatie

Vader stapt met dreigende houding dadelijk naar de zoon die thuiskomt: “Awel, waar heb je gezeten deze namiddag?”
Zoon (verwonderd): “Hoe weet je dat? Hebben ze gebeld van de school? Die onnozelaars, waarom moeten ze voor zoiets bellen?”
Vader: “Dat is hun plicht, zij zijn voor u verantwoordelijk en moeten mij dat laten weten, als je niet langer onder hun toezicht bent. En waar heb je gezeten, vertel op?”
Zoon: “In het park op een bank.
Vader: “En was je daar alleen?”
Zoon: “Neen, er was nog iemand.”
Vader: “Wie was dat dan?
Zoon: “Dat was Jean.”
Vader: “En wie mag die Jean dan wel zijn?
Zoon: “Iemand die daar toevallig ook zat.”
Vader: “Hoe? Moest die ook niet op school zitten!
Zoon: “Whatever?!
Vader: “En vertel nu wat er in de klas is gebeurd en waarom je zo boos bent weggelopen.”
Zoon begint weer in lelijke bewoordingen over het gsm-incident.
Vader: “Is dat nu nog niet opgelost met die gsm! En dat je zo begint te schelden en je juf begint te verwijten, dat wil ik niet hé, kerel.”
Zoon verhevigt zijn stem en zegt dat zij met haar poten van zijn lijf moet blijven.
Vader roept terug: “En ik wil dat mijn zoon zijn manieren houdt op school!
Zoon : “En ik wil dat mijn vader me wat beter begrijpt.”
Vader: “En begin nu niet tegen mij lelijk te doen zoals tegen je juf; hier gaat dat niet pakken, kereltje.”
Zoon begint nu zijn vader uit te schelden: “Gij zult altijd wel het voorbeeld geweest zijn zeker; wat in de school gebeurt zijn mijn zaken, ge moet u daar niet mee bemoeien, dikzak!” en loopt weg…
Vader: “Zo kom je er niet vanaf, vent, wacht maar…ik krijg je wel klein!”

 

(b) DEMOGeweldloos Verzet

Vader nodigt zoon uit om iets te drinken en gaat naast zijn zoon zitten en nodigt hem uit om te vertellen hoe het met hem is.
Zoon is verwonderd.
Vader legt uit dat hij een telefoontje heeft gekregen dat hij van school was weggegaan en ze niet wisten waar hij was en zegt dat hij blij is hem nu te zien, maar zich toch zorgen maakt. 
Thema’s en stellingen die vader inneemt:
- het bellen van de school is de plicht van de school,
- probleem van de gsm is nog niet opgelost,
- je hebt het heel moeilijk met de juf van biologie,
- hoe zou je dit kunnen oplossen?

 

De vader vraagt zijn zoon na te denken over twee vragen: hoe kan hij een vorm van herstel doen naar zijn juf en hoe kan hij ervoor zorgen dat dit probleem zich niet meer voordoet in de toekomst. Hij wil hier ondertussen ook over na denken en laat nu stilte werken. Als de zoon niets productief inbrengt, reageert hij hier niet op of slechts met “Dat leidt ons niet tot een oplossing”.

Op het einde deelt de vader zijn eigen ideeën mee.
Ik vind dat je wel lelijk hebt gedaan naar de juf, die zal erg geschrokken zijn en daar wil ik alleszins iets voor doen om dat goed te maken, ik ben tenslotte voor jou verantwoordelijk. Ik ga daar nog wat verder over nadenken en er met mama over spreken en ik zal je laten weten wat we van plan zijn. Ik vind het in elk geval fijn dat je goed terecht zijt gekomen en dat ik een klaar beeld heb gekregen van wat er zich heeft voorgedaan.
Wil je nog iets drinken of knabbelen voor je gaat studeren?”

 

Duiding
Het einde van dit rollenspel kan voor velen confronterend zijn. Gaat men op die manier niet al te gemakkelijk voorbij aan het negatieve gedrag van de zoon en is men niet bezig hem ervoor te belonen? Deze manier van werken gaat inderdaad in tegen wat men meestal voelt in dit soort omstandigheden; men is eerder boos en drukt dit ook in allerlei gedrag uit. 

In geweldloos verzet laat men deze gevoelens van boosheid eerder voorbij gaan dan vandaar uit te reageren. Men denkt niet in termen van straffen en belonen,maar in termen van steun geven zodat het kind zijn problemen zelf stap voor stap leert oplossen. Hij zorgt dat de relatie tussen hen goed blijft en houdt ook de verwachtingen aan waarvan hij verwacht dat de zoon zich daaraan houdt. Herstel is daarbij belangrijk. Straffen verhardt immers de relatie en installeert een machtsstrijd. Herstel erkent dat relaties zijn beschadigd en dat die kunnen en moeten worden hersteld. De vader houdt hierbij de leiding zodat de zoon het stap voor stap kan leren. De vader laat de nodige stilte om de zoon alle ruimte te geven en gaat daarbij niet in op mogelijke provocaties vanwege de zoon. Ingaan op provocaties zou tot escalatie leiden. Dat zou alleen maar afleiden van datgene waarover het eigenlijk gaat: hoe herstellen en hoe het probleem voorkomen.

 

 

3. Escalatie vermijden

Omer schetst hoe in gezinnen met scheefgegroeide situaties escalaties uitmonden in geweld. Enerzijds beschrijft hij het patroon van symmetrische escalatie: “oog om oog, tand om tand”. Dan reageert de volwassene op het gedrag van de jongere, en omgekeerd, vanuit een zich niet laten doen, een niet afgeven, een gevecht om te winnen… Anderzijds is er de complementaire escalatie: “om de lieve vrede” toegeven aan de eisen en grillen van het kind of laten betijen, tot de bom ontploft… 
Vaak wisselen deze escalatiepatronen zich af, of zie je dat er een polarisatie is: de ene ouder is de zachte, de verzoenende, en de andere ouder is dan de harde, de strenge.

 

Aan de hand van volgende dialoog uit het filmfragment “Charleykrijgt een klap” tonen we een scène die uitmondt in geweld [vi].

De escalatie in “Charley krijgt een klap”

 

Mama: “Dag lieverd,…thee straks?
Dochter: “Ja, lekker.
Papa: “Zal ik je straks even helpen met je huiswerk?
D: “Heb bijna geen huiswerk.
P: [Hoezo] geen huiswerk, wat heb je nauw  dan de hele dag op school gedaan?
D:Ons dramaproject, daar heb ik toch over verteld. Ik heb morgen mijn solo en zo had ik een heel goed idee…, weet je.”
P: “Gaat dat niet ten koste van je andere lessen, dat dramaproject?
D: (komt naar voren gelopen, in het gezichtsveld van de ouders) “Nee!
P: “Oh!
D:De andere lessen zijn maar een herhaling voor mij. Dit is iets nieuws.
P:Oh.” (kijkt verder in krant)
M: ‘k Wil die solo wel zien.” (zet zich enthousiast rechtop, naar D gekeerd)
D:Ik kwam op ’t idee met Vallon want ik help haar met de paddentrek en toen hielp zij me weer met mijn solo…en daarmee...” (glimlacht en spreidt de armen)
P:Hoezo, jij helpt met de paddentrek?!” (kijkt haar streng aan)
D: “Eén keer per jaar trekken de padden weg en dan gaan er heel veel dood;ze gaan de weg over en dan moeten we ze helpen.
M: “Zielig hé.
P: (knikt naar mama) “Ja, dat weet ik allemaal wel, maar hoeveel tijd gaat daar inzitten?
D:Ja, ik denk wel veel want dat zijn 100-den padden en voor dat je die..
P:Ho, stop maar, geen paddentrek!
D:Hee!” (trekt grote rimpels, kijkt bedrukt)
P:Je bent vorig jaar ook al blijven zitten.
M: “Die padden moeten het maar een jaartje zonder je doen, hé.”
D:Ja, waar slaat dat nou weer op?
P: “Hey, geen buitenschoolse activiteiten zolang je werkhouding niet verbeterd is!”
D:Wat weet jij nou van mijn werkhouding?
P: (roept) “Genoeg! Geen paddentrek. Je zegt het maar af.
D:Pieker er niet over, ik heb al gezegd dat ik het zou doen.” (loopt richting van de deur)
P: (roept)”Dan draai je dat meer terug!” (staat op en loopt naar haar toe,kruist de armen voor de borst) “Zolang jij onder mijn dak leeft, bepaal ik hier de regels.
D:Maar je kan me niet tegen houden en ik doe het lekker wel. Ik ga nu 100-den padden redden” (wijst met hand en gestrekte duim over de schouders en draait zich om); “moet jij eens opletten.”
P: (roept) “Je zegt dat af!” (trekt haar bij de arm)
D: (roept) “Blijf van me af… idioot! De enige vieze pad hier… dat ben jij!
P: (geeft haar een klets in he tgezicht)
M: (hulpeloze schreeuw) “Ai, Leo!
D: (betast wang en kijkt boos naar papa. Ze ademen beiden zeer diep.)

 

4. Wat helpt om rustig en geweldloos te blijven

4.1. De escalatiecirkel

De “GALG”-structuur schetst de escalatiecirkel. Het is een manier om de onderliggende beleving te analyseren die ten grondslag ligt van ons gedrag. Daarnaast maakt het zichtbaar op welke punten we kunnen ingrijpen om anders te reageren, en geweldloos te blijven.

G van gebeurtenis: wat nemen we precies waar, wat doet ons kind waarop we reageren.
A staat voor de acties in ons hoofd en duidt zowel op de gevoelens als de gedachten die door ons heen gaan.
L staat voor onze lichamelijke gewaarwordingen.
G staat voor ons uiteindelijk gedrag dat we stellen.

 

Schematisch voorgesteld:

                                                               Een GEBEURTENIS

(de reactie van je kind op wat je hem of haar vraagt = voorval dat de cirkel op gang brengt)

                                                                         

GEDRAG                                                                                ACTIES IN JE HOOFD

 

Je tegenreactie:                                                                                            gedachten: “hoe durft hij?!”;”moet ze
bv. stem verheffen,                                                                                              weer gelijk hebben”; “daar gaan we
roepen, vastpakken                                                                                         weer!”; “het is altijd hetzelfde.."                                                                                                               
                                                                                                                           gevoelens: onmacht, geïrriteerd, 
                                                                                                                             lastig,boos

 

                                                                                                                                        

LICHAMELIJKE GEWAARWORDINGEN

(spanning in hele lichaam: in de keel, spieren, maag…, zweten, sneller ademen, hartkloppingen…)


Als we dit toepassen op het filmfragment dan kunnen we volgende mogelijkheden invullen. Uiteraard kan je dit het best voor jezelf doen, maar het inleven in de ander kan helpen om bewust te worden dat de ander een vergelijkbaar proces doormaakt.

Vader bij het begin
G: Hij ziet zijn dochter enthousiast binnenkomen en hoort ze praten over een dramaproject en over de paddentrek.
A: Als gedachten komen bij hem op dat ze niet spreekt over haar schoolwerk en dat dit vorig jaar problematisch was. Gevoelsmatig is hij bang dat de buitenschoolse activiteit ten koste zal gaan van haar schoolse inzet. Hij voelt het als zijn plicht als vader daar wat aan te doen.
L: Hij voelt een zekere spanning in zijn lichaam, een zekere prikkelbaarheid want hij moet tegen zijn dochter ingaan.
G: Hij brengt dadelijk het schoolse ter sprake en stelt vragen bij de invloed van het buitenschoolse op het schoolse.

Vader in het verder verloop
G: Hij merkt dat zijn dochter niet ingaat op zijn vragen en bedenkingen en met meer verve het belang van haar activiteiten naar voor brengt… Uiteindelijk scheldt ze hem uit voor vieze pad.
A: Zijn zorgen nemen toe; hij denkt misschien iets als “het gaat dit jaar weer helemaal mislopen op school; ik moet dringend ingrijpen; hoe is het mogelijk dat ze nog niets geleerd heeft uit vorig jaar…”.  Gaandeweg evolueert het misschien naar iets als ”ze moet niet denken dat zij hier de baas is, mij moet ze geen blaasjes wijsmaken, ik bepaal hier nog hoe ze zich moet gedragen.”  Hij voelt zich boos worden als ze geen aandacht geeft aan zijn bezwaren.
L: Zijn lichaam spant zich steeds meer op, de spieren in armen en benen spannen zich, zijn hart gaat sneller kloppen,zijn gezicht loop rood aan…
G: Hij verheft zijn stem, beslist eenzijdig dat er niets in huis komt van haar plannen, en gaat dreigend voor haar staan. Ten slotte neemt hij ze bij de arm en geeft haar een slag in het gezicht.

 

4.2. Aangrijpingspunten om geweldloos te blijven

A: Zowel de gedachten als de gevoelens zou vader kunnen bijsturen in de zin van “Onze dochter is vol van haar buitenschoolse activiteiten en wil dat graag met ons delen. We zullen later tijd maken om over mijn bezorgdheid te spreken en zien dat we daar wat afspraken over kunnen maken.” En verder: “Ik ga er in elk geval voor zorgen om zelf rustig te blijven en me te interesseren voor waar zij mee bezig is om nadien mijn zorgen ter sprake te brengen en dan heeft het meer kans dat ze er rekening zal mee houden”. 
L: Om zijn lichamelijke gespannenheid te verlichten kan hij bv. even buitengaan, naar het toilet en enkele keren diep in- en uitademen, zich even goed uitstrekken en ontspannen.
G: De vader zal zich nu meer gedragen in overeenstemming met zijn gedachten en gevoelens, meer geweldloos om vanuit een goede relatie met zijn dochter zijn zorgen ter sprake te brengen.

Enkele elementen die rust bevorderen:
- Zorg voor een goede relatie, dat zorgt ook voor je eigen welbevinden.
- De uitgestelde reactie (“Smeed het ijzer als het koud is”): je hoeft niet dadelijk te reageren of te weten hoe je het wilt aanpakken. “Als ik het even ook niet weet, is dat niet erg, dan neem ik daar de nodige tijd voor om met iemand over te spreken.” (een geruststellende gedachte). Direct reageren vergroot vaak de kans op escalatie. En door die uitgestelde reactie neemt de ouder de tijd om rustig de zaken op een rijtje te zetten, steun te zoeken en is de ouder beter voorbereid.
- De kracht van de stilte: reageer niet op provocaties van je kind en zeg eventueel kort dat dit niet bijdraagt tot een oplossing. 
- De illusie van controle: “Ik kan hem niet dwingen; hoe hij reageert is zijn verantwoordelijkheid maar ikzelf blijf rustig, hoe hij ook reageert. Ik heb alleen controle op mezelf, niet over de ander.”
- “Ik moet niet winnen maar volhouden; ’t is mijn (ouderlijke) plicht om rustig vol te houden.
Als ik er toch nerveus of boos van word, dan neem ik even tijd om weg te gaan en te bekomen.” Het is wat men een time-out noemt. Men kan daarbij rustgevende gedachten oproepen:
          -   “Als ik enkele keren diep adem en een blokje rond loop, kom ik wel weer tot rust.”
           -   “Ik zal er enkele vrienden, familieleden over spreken, die kunnen ons misschien helpen.”
- Terugdenken aan prettige momenten. Zingen, dansen, bewegen. Muziek. Iedereen heeft wel eigen manieren om tot rust te komen.

Het belang van dit alles is om later op een geweldloze wijze, een steunende manier terug te kunnen komen op wat is misgegaan of wat je bezorgd maakt.

Een oefening
Sta eens stil bij een escalatie die je meemaakte, een situatie die uit de hand is gelopen meteen van je kinderen. En beantwoord dan de volgend vragen:

1. Welk gedrag van jouw kind kan je helemaal niet verdragen en werkt sterk op je zenuwen? Het provoceert je om te reageren.
2. Welke gedachten gaan er dan in je om die ertoe bijdragen dat jij jouw rust en kalmte verliest?
3. Welke gedachten kan je onderkennen die ertoe bijdragen dat jij je kan beheersen en voldoende rustig kan blijven of je rust kan herwinnen?
4. Welk gedrag van jouw kant denk je dat provocerend werkt op je kind en welke gedachten zouden er dan in je kind kunnen omgaan, denk je?

 

Een relaxatie-oefeningvoor ouders[vii]
Deze oefening is een persoonlijke oefening met als bedoeling te laten ervaren hoe jij jouw rust kunt kwijtspelen en hoe je die kunt terugkrijgen om ze te leren behouden in moeilijke momenten met je kind. We doen deze oefening in verschillende stappen:

1. We starten de oefening met onszelf tot rust te brengen. Aandachtspunten daarbij zijn:
- concentratie op onze ademhaling; 
- herinneringen oproepen aan fijne momenten waarop we ons goed voelden,  bijvoorbeeld op vakantie, aan zee op het strand, in de bergen of aan andere fijne momenten zoals wanneer je aan het dansen bent, muziek beluistert… Het kan zo veel zijn.
Dit zijn zaken waarvan bewezen is dat ze je kunnen helpen om rustig te worden.

2. Vanuit die rust kijk je vervolgens in je herinnering terug naar een incident, een crisismoment met je kind, waarbij je zelf ook uit de bol ging en dingen hebt gezegd of gedaan die je niet goed vindt. Je bekijkt die herinneringsfilm tot voor het moment dat je de zelfcontrole verliest en waar je de eerste tekenen opmerkt van controleverlies als je niets onderneemt om jezelf te kalmeren.

3. Dat is het moment voor een time-out. In die herinnering van het conflict wijzig je de omgang met je kind en zeg je tegen je kind dat je even rust nodig hebt en da tje even weggaat om later terug te komen, om het gesprek terug op te nemen wanneer jullie allebei weer rustig zijn.

4. Dan komt de fase waarin je je gemoedsrust herstelt. Je gaat weg en neemt tijd voor jezelf.Je kan extra aandacht aan je ademhaling besteden, maar thuis kan je ook andere dingen doen om te relaxen.

Samenvattend:
- concentreren op de ademhaling;
- prettige herinneringen oproepen;
- een crisis herinneren;
- voor het verlies van de zelfcontrole een time-out nemen;
- weer tot rust komen.

 


5. Herstel

Bij een proces van herstel zet de ouder zich niet als autoriteitsfiguur tegenover het kind om het te corrigeren, maar ernaast om aanwezig te zijn en gemaakte fouten of negatief gedrag te herstellen. Het is de ouder die het initiatief neemt om dit herstel vorm te geven. Dan gaat het niet om de klassieke vraag ‘om je excuses aan te bieden’; meestal volgt er dan een geforceerde en niet gemeende‘sorry’. Doel is het terug goed te maken.
Het herstel heeft ook een verbindende bedoeling. In situaties met probleemgedrag of waar het bijvoorbeeld tot ernstige agressie is gekomen, durft er (letterlijk) afstand te groeien omdat geweld en problematisch gedrag maken dat er angst of boosheid leeft, en dus ook vermijding en ontlopen van een nieuwe confrontatie. In die zin is het van belang terug verbinding te maken, als ouder het kind te helpen het weer goed te maken, zodat het kind ervaart terug erbij te horen.

 

In de volgende scène wordt het rollenspel hernomen.

DEMO: Vader gebruikt een aantal elementen om zijn rust te behouden of te herstellen. Dit wordt in volgende scènes gespeeld:

Situatie: Vaderen zoon zitten bij elkaar.

V: “Philippe, ik heb met je mama gesproken en ik heb ook je peter gebeld.”
Z: “Moet dat nu?”
V: ”Mama heeft het momenteel heel druk maar vindt ook dat we iets moeten doen naar de juf, zodat die weet dat we niet met het gedrag akkoord gaan dat je laatst in de klas hebt gesteld.”
Z: “Waarvoor is dat nu nodig?”
V: “Je peter zal eens met Liesje, je nicht praten; die is van jouw leeftijd en die zal dat probleem van de gsm ook wel kennen.”
Z: “Hè, waarom moet die erbij betrokken worden? Die heeft daar niets mee te maken!”
V: “Mama en ik denken dat we nu het best een brief schrijven naar de leerkracht…”
Z: “Wat?! Gaat gij een brief schrijven?!”
V: “… die ik morgen mee ga afgeven op de school.”
Z: “Moet gij dan niet gaan werken?”
V: “Ik ga een halve dag verlof nemen.”
Z:  “Ge doet maar.”
V: “Ik zal vanavond na het avondeten aan die brief werken en zou het appreciëren als je eraan komt meewerken. Ik zal me aan de salontafel zetten en zal je uitnodigen om mee te schrijven.”
Z: “Pff, ‘k weet het nog niet.”

 

(na het avondeten: de uitnodiging)
V: “Philippe, ik ga zoals afgesproken aan de brief voor de leerkracht werken.” 
(vader gaat naar de salontafel)

 

“Fijn dat je er komt bij zitten.
Hoe zal ik haar aanspreken? Beste juf, mevrouw ... Hoe noemt ze eigenlijk?”
Beste juf, mevrouw Bosmans, Mijn zoon Philippe heeft u onlangs zeer onbeleefd behandeld en u uitgescholden. Uiteindelijk is hij zelfs uit de klas weggelopen en heeft hij zonder toelating de school verlaten. Ik wil vooreerst mijn waardering uitspreken dat u ons als ouders toen dadelijk hebt verwittigd. Maar als vader en moeder zijn we verantwoordelijk voor het gedrag van onze zoon. Daarom willen wij u onze oprechte verontschuldigingen aanbieden. Het spijt ons dat onze zoon de grenzen van respectvolle omgang heeft overschreden. We willen dan ook alles doen wat in onze macht ligt om hem te helpen zijn gedrag beter te controleren zodat dit zich niet meer voordoet. Philippe engageert zich om de sancties goed op te volgen die vanuit de school aan zijn gedrag worden verbonden. En daar ben ik als vader tevreden over. Met welgemeende groeten, mede namens de mama. Hendrik"
 
Vader probeert bij het schrijven niet in te gaan op bemerkingen van zijn zoon (“Zeg, overdrijven jullie niet, met: ‘Wij zijn verantwoordelijk voor je gedrag.’ en dat ’Wij bieden onze oprechte excuses aan’. Da’s toch belachelijk”). Hij nodigt zijn zoon wel uit om te formuleren hoe hij het dan zou zeggen.

 

Duiding
We herkennen de verschillende aspecten van waakzame zorg:
- bij het oppikken en waarderen van reacties van het kind;
- het rustig blijven van de ouder en het vermijden van escalatie door niet in te gaan op provocaties van het kind;
- de ouder laat niet los, de vader blijft bij het onderwerp;
- het betrekken van het netwerk, de vader bespreekt het voorval met de peter;
- de vader spreekt ook de leerkracht aan en verhoogt alzo zijn aanwezigheid op school;
- de ouder geeft duidelijk aan wat hij verlangt (vasthouden van grenzen);
- de jongere wordt zoveel mogelijk bij het proces betrokken, ertoe uitgenodigd,zonder hem daartoe te dwingen.



Binnen het bestek van deze bijdrage kunnen we dit niet verder uitwerken en beperken ons met het kort aanstippen van enkele methodieken.

6.1. Aankondiging


In een aankondigingsbrief aan hun kind omschrijven de ouders welk gedrag niet langer wordt aanvaard en dat zij er alles aan willen doen om op een geweldloze wijze hun kind te helpen daar controle over te krijgen. Het voorlezen van de brief geeft op een enigszins plechtige wijze aan dat de ouders het probleemgedrag op een nieuwe manier zullen aanpakken.

De aankondiging is de resultante van een proces: ouders nemen stelling niet langer machteloos toe te zien; ouders maken uit op welk gedrag ze zich willen focussen (in moeilijke situaties is er namelijk vaak een waslijst aan klachten[viii]); het schrijven van de aankondiging versterkt hun vastberadenheid; stilstaan bij mogelijke reacties bij hun kind maakt dat ouders beter voorbereid (‘schokbestendig’) zijn; de aankondigingsbrief is op het moment van het voorlezen een hulpmiddel om je rustig en kalm te houden, zeker als je wordt geprovoceerd door je kind.


Een voorbeeld:

Dag Philippe, we zitten met onze handen in het haar. Eigenlijk weten we het niet zo goed meer. We zijn heel bezorgd om u. We willen dat je op tijd op staat om op school te geraken en de dingen doet die van jou op school verwacht worden. Daar willen we u over blijven aanspreken en helpen. We hebben hier met Mieke en Jef over gepraat. Zij zijn op de hoogte en willen ons en jou helpen en ondersteunen. We vinden het belangrijk om voor jou te blijven gaan. Papa en mama "
 

  

6.2. Netwerk van volwassen steunfiguren


Omer geeft het belang aan dat ouders steun vragen van mensen uit hun omgeving, van het mobiliseren van familie en vrienden, van de school en anderen wanneer dat nodig is.

Een steunnetwerk helpt het doorbreken van de isolatie van de ouders (je gesteund weten als ouder), zorgt voor een gedragen gezag, waarbij geheimhouding wordt doorbroken. Steunfiguren kunnen helpen door steun te bieden aan de ouders om vol te houden, bij het oplossen van moeilijkheden en door aanwezig te zijn bij een sit-in (minder kans tot geweld), als bemiddelaar.

6.3. Sit-in

 

De sit-in is een methode van geweldloos verzet wanneer het kind het in de brief niet aanvaarde gedrag weer heeft gesteld. Nadat de ouders het kind hebben gevraagd om na te denken over hoe het dit probleem zal oplossen, blijven zij in stilte op de kamer van het kind zitten.

Een voorbeeld toegepast op de casus hierboven:

Beste Philippe, We hebben een brief geschreven omdat we niet langer aanvaarden dat je de leerkracht van biologie uitscheldt. Gezien je dat deze week weer hebt gedaan, zitten we hier opdat je nadenkt hoe dat dit in de toekomst zich niet meer voor doet. "
 
Duiding
Vanaf nu wachten de ouders in stilte. Komt de jongere met een constructief voorstel, dan beëindigen de ouders de sit-in met de woorden dat ze dit voorstel een kans willen geven. Ze hernemen daarna hun dagelijkse bezigheden, zonder terug te komen op de sit-in.
Indien er geen voorstel volgt, blijven de ouders nog een poos zitten en vertrekken met de woorden: “We hebben vandaag nog geen voorstel gehoord.” De ouders moeten ook niet expliciet zeggen dat ze er later op terug komen. Het kan best zijn dat de jongere nadien zijn gedrag aanpast. Pas indien het grensoverschrijdend gedrag zich herhaalt ,plannen de ouders een nieuwe sit-in.
De ouders proberen niet in te gaan op allerlei reacties van het kind (boos worden, negeren, belachelijk maken, discussie uitlokken, marchanderen of beloftes maken) en oefenen hiervoor best op voorhand om beter voorbereid tezijn.

 

6.4. Ouderlijke aanwezigheid buitenshuis


In het geval dat kinderen weglopen of lang van huis wegblijven, organiseren de ouders een telefoonronde. Ouders nemen contact op met figuren die in hun omgeving op de hoogte zijn van de situatie en vragen hen op hun beurt met hun kind contact op te nemen. Bedoeling is in eerste instantie om via telefoon en sms aanwezig te zijn.

 

Een ander voorbeeld van ouderlijke aanwezigheid (‘volgen’) is dat ouders, samen met steunfiguren, zich ter plaatse begeven daar waar hun kind zich bevindt, aan het station, in een discotheek…  Ook hier is het niet de bedoeling het kind ten allen prijzen terug mee naar huis te krijgen, maar eerder om de ouderlijke aanwezigheid te versterken, reëel te maken.

7. Besluit
 

We hopen dat deze beperkte kennismaking met het gedachtegoed van Omer, je als ouder of hulpverlener inspiratie kan geven in de opvoeding en de begeleiding van kinderen. En dat de concepten van nieuwe autoriteit en waakzame zorg je inzichten bieden om sterker te staan en vol te houden als je geconfronteerd wordt met ernstige opvoedingsmoeilijkheden.Misschien is deze introductie een aanzet om Omers boeken te lezen en om sommige kinderen met gedragsproblemen eens op een andere manier te benaderen. Onthoud dan dat “fouten maken mag” en dat je al heel veel goed doet.

 


Bijlage schets traditionele versus nieuwe autoriteit

 

Traditionele autoriteit

 

 

Nieuwe autoriteit

 

 

-Vroeger algemeen gesteund (want ingebakken in de maatschappij)

“Als je van school kwam met een straf van de meester, kreeg je van vader nog een sanctie,  en de kans was groot dat de pastoor, je nonkel en ook de buurman je eveneens een reprimande gaven…”

-De volwassene eist(e) onmiddellijke gehoorzaamheid

“En ge gaat nu luisteren!”

-Als ouder moet je direct reageren (indien je kind niet luistert)

“Ge moet direct reageren met een straf, anders kent het geen effect.”

-Een kind moet luisteren en doen wat de ouder wil / zegt

“En ge zult gehoorzamen…”

-Indien een kind niet luistert, volgt er een (dreigement voor) straf opdat het zou doen wat gevraagd wordt

“… of anders…”

-De ouder heeft steeds gelijk, en is in die zin onaantastbaar

“Het is zoals ik het zeg, daarom. Ik ben je ouder, ge hebt te luisteren...”

-Enkel de ouder heeft het recht om geweld (fysiek, verbaal) te gebruiken

“… desnoods krijg je een rammeling, ongehoorzaam kind!”

-Het kind krijgt de schuld van geweld in de relatie

“Hoe durf jij me als ouder tegen te spreken, tegen te werken; gij hebt te luisteren!”

-De ouder voelt zich verplicht om geweld met geweld te weerstaan

“Ik laat me niet doen; als mijn kind me slaat, zal hij het geweten hebben en het dubbel en dik terug krijgen!”

-Je hebt gezag als het kind bang van jouw is (en doet wat het moet)

“Hij heeft zijn lesje geleerd en zal niet zo gauw meer niet gehoorzamen.”

-Schenden van gezag gebeurt door vernedering (wraak)

“Wat denkt die wel niet! Ik zal het hem eens duidelijk maken wie de baas is!”

-Autoriteit is een kwestie van baas zijn, van de sterkste te zijn en te winnen

“Ik ben de baas, gij hebt te luisteren en zo niet zal ik dat duidelijk maken!”

-Een belediging van het gezag was een erezaak die moest worden gewroken

“Wat denkt die wel! Ik zal hem eens  leren niet te gehoorzamen!”

-Hulp vragen is een teken van zwakte (als ouder, aan gezag)

“Gij denkt toch niet dat ik hierover ga praten met de familie en de leerkracht! Alsof ik dat niet aankan.”

-Buitenshuis praten over binnen is een grof verraad

“En niemand hoeft dat te weten! Dit blijft onder ons!”

-Afstandelijk; je mag als ouder niet te dicht bij je kind staan

 

-De ouder ziet geen eigen aandeel in escalaties

“En dan ook nog zó reageren toen ik straf(te)!” “Zij heeft het gezocht, hij heeft erom gevraagd!”

-Straffende relatie

“En als ge niet gehoorzaamt, volgt er een straf!”

-Traditionele autoriteit leidt tot verharding

“Hij moet het voelen, al moet ik hem pijn doen, anders zal hij het niet leren.”

-Kan het zelfwaarde gevoel van het kind ondermijnen

“Ik had bang van mijn vader en zoals mijn moeder tegen me deed, voelde ik me een nietsnut…”

 

-Traditionele autoriteit krijgt heden ten dage nog weinig steun

 

 

 

-Opvoeden is geduldig werk van lange adem

 

-Het ijzer smeden als het koud is en volhouden

 

 

-Een kind heeft een eigen autonomie en het is belangrijk die te ontwikkelen

-Als ouder blijf je aanwezig, ook al doet je kind niet wat is gevraagd (vasthouden en erop terugkomen)

 

-Een ouder kan ook fouten maken, mag ook iets niet weten

 

-Geen van beiden heeft recht op gebruik van geweld (-> geweldloosheid)

-De ouder neemt verantwoordelijkheid voor het eigen geweld

 

-De ouder antwoordt niet met geweld, maar met geweldloos verzet

 

-Je ontleent gezag aan de steun uit de samenleving

 

 

-Geweldloos verzet houdt rekening met het eergevoel van het kind

 

-Er is een derde weg i.p.v. rebelleren of gehoorzamen uit angst: samenwerken uit vrije keuze

 

-De erezaak ligt in de zelfcontrole door de ouders

 

-Supporters vergroten het gezag van de ouders

 

 

-Openheid naar buiten is een steun in het opvoeden

 

-Ouders staan dicht bij hun kind, zonder dat het onderscheid vervaagt

-De ouder doet aan zelfonderzoek en erkent zijn fouten en herstelt ze

 

-Herstellende relatie

 

-Nieuwe autoriteit leidt tot verzoening

 

 

-Verhoogt het zelfwaarde gevoel door de moeilijkheden niet te vermijden

 

Noten



[i] Bijdrage op de studienamiddag ‘waakzame zorg’,georganiseerd door vzw “Wat nu?” in samenwerking met vzw Sporen, en dit ter gelegenheid van hun respectievelijk 25- en 50-jarig bestaan. Deze studienamiddagvond plaats te Leuven op 16 mei 2014, en werd verzorgd door Hendrik VanMoorter, psychiater, samen met Philippe Collart en Lief Caluwaerts, stafmedewerkers vzw Sporen.

 

[ii] H. Omer, Nieuwe autoriteit. Samen werken aan een krachtige opvoedingsstijl thuis, op school en in de samenleving. Hogrefe MoleMann, Amsterdam, 2011.
H. Omer, Geweldloos verzet in gezinnen. Een nieuwe benadering van gewelddadig en zelfdestructief gedrag van kinderen en adolescenten. Bohn Stafleu van Loghum, Houtem, 2007.

Meer informatie en literatuur is terug te vinden op de websites van het Belgisch Instituut voorGeweldloos Verzet (BIGV): www.bigv.be, en het New Authority Network International (N.A.N.I.): www.newauthority.net.

[iii] Dit filmfragment komt uit de Nederlandse TV-reeks Spangas, en is terug te vinden op internet: http://www.youtube.com/watch?v=fjIcPLg9rds

 

[iv]In zijn boek Geweldloos verzet in gezinnen spreekt Omer van ‘verzoeningsgebaren’. Omdat deze term de indruk wekt dat ouders zich moeten verzoenen met hun kind, spreken we nu eerder van ‘relatiegebaren’ waar de volwassene iets (extra) voor zijn kind doet , als teken van graag zien en zorg. Bedoeling is de relatie met het kind te verbeteren; vaak zijn nl. de relaties in scheefgegroeide gezinssituaties van agressie en conflicten zodanig verzuurd of beladen, dat de relatie er onderlijdt. Omer geeft het belang aan dat je als ouder dan investeert in de relatie met het kind, los van het (niet te tolereren) gedrag, door een vriendelijke omgang, door een extraatje te bieden, door waardering en respect te tonen en sterktes (kwaliteiten, talenten) te benoemen of door samen iets (leuks) te doen. 
Een ander punt is een verzoeningsgebaar na een conflict, waarbij je als volwassene je spijt betuigt over je eigen aandeel, of agressie in het verleden .Eigenlijk ben je dan model, om herstel te doen; dit is niet zwak maar in de filosofie van Omer net een teken van sterkte.

 

[v] Haim Omer, SaritG. Steinmetz, Tal Carthy & Arist von Schlippe, The Anchoring Function:Parental Authority and the Parent-Child Bond, Family Process, Vol. 52, Nr. 2, 2013, pp. 193 – 206.

[vi] Ook dit filmfragment komt uit de reeks Spangas, en is terug te vinden op internet: https://www.youtube.com/watch?v=lssnFA2AhW4

[vii]Tijdens deze studienamiddag begeleidde Hendrik deze fantasie-oefening met het publiek in de zaal.

[viii]Via de 10/30/60%-oefening komen ouders dan tot één of twee niet langer te tolereren gedragingen.




VZW Sporen
Partner 2
Partner 3

© Opgroeien in Veiligheid - vzw Sporen - CMS: NetTools - Design: Just Catch Up